ECLI:NL:RBDHA:2024:5226
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
De rechtbank heeft het beroep van eiser beoordeeld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Zweden volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
Eiser stelde dat hij in Zweden slachtoffer was van mensenhandel en vreest bij terugkeer opnieuw slachtoffer te worden, wat volgens hem een uitzondering op de overdracht rechtvaardigt. De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat het Zweedse systeem tekortschiet. Zijn vrees en eigen verklaring zijn onvoldoende om van overdracht af te zien.
Verder stelde eiser dat de staatssecretaris had moeten wachten met het besluit totdat hij aangifte had gedaan van mensenhandel. Dit betoog werd verworpen omdat de IND geen kennisgeving van aangifte had ontvangen en de Dublinprocedure niet bedoeld is om de inhoudelijke beoordeling van humanitaire gronden te doen.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat de staatssecretaris terecht de aanvraag niet in behandeling heeft genomen. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de asielaanvraag terecht niet in behandeling is genomen omdat Zweden verantwoordelijk is.