ECLI:NL:RBDHA:2024:5398
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tijdelijke bescherming Oekraïense derdelander
Verzoekster, een derdelander met tijdelijke verblijfsrecht in Oekraïne, vluchtte naar Nederland en kreeg tijdelijke bescherming op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming. De staatssecretaris beëindigde deze bescherming per 4 september 2023, waartegen verzoekster beroep instelde en een voorlopige voorziening vroeg. Na intrekking van het besluit en het beroep werd een nieuw terugkeerbesluit genomen dat de tijdelijke bescherming per 4 maart 2024 beëindigt.
Verzoekster stelde beroep in tegen het terugkeerbesluit en vroeg opnieuw om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek zonder zitting vanwege spoedeisendheid en stelde vast dat de situatie van verzoekster gelijk is aan anderen voor wie reeds een voorlopige voorziening is getroffen.
De voorzieningenrechter besloot het verzoek toe te wijzen, waardoor verzoekster voorlopig in Nederland mag blijven, haar recht op opvang behoudt en mag werken. Er is geen aanleiding voor aanvullende proceskostenveroordeling, aangezien reeds een ordemaatregel is getroffen. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen, verzoekster mag voorlopig in Nederland blijven met behoud van opvang en werk.