ECLI:NL:RBDHA:2024:4786
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening behoud tijdelijke bescherming voor Oekraïense derdelanders
Deze uitspraak betreft de vraag of derdelanders uit Oekraïne die tijdelijk verblijfsrecht hadden, dit recht voorlopig behouden in afwachting van hun beroepsprocedure. De voorzieningenrechter behandelt in één uitspraak 90 zaken tegelijk om rechtszekerheid te bieden.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State had geoordeeld dat de tijdelijke bescherming van deze groep eindigt op 4 maart 2024. Verschillende rechtbanken spraken hierover uiteenlopende oordelen uit, en de zittingsplaats Amsterdam stelde prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie. De voorzieningenrechter van de Afdeling had op 2 april 2024 voorlopige voorzieningen getroffen om uitzetting te voorkomen totdat hoger beroep is beslist.
De voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag volgt deze lijn en wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe. Dit betekent dat de verzoekers voorlopig niet hoeven te vertrekken, hun recht op opvang behouden en mogen blijven werken. De staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten voor verzoekers die rechtsbijstand hadden. Deze uitspraak geldt voor alle 90 verzoeken tezamen en wordt individueel bekendgemaakt.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst de voorlopige voorziening toe en bepaalt dat de verzoekers hun tijdelijke bescherming behouden totdat op hun beroep is beslist.