ECLI:NL:RBDHA:2024:5405
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tijdelijke bescherming derdelander uit Oekraïne
Verzoeker, een derdelander met tijdelijke verblijfsrecht in Oekraïne, vluchtte naar Nederland en kreeg tijdelijke bescherming op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming. De staatssecretaris besloot de tijdelijke bescherming per 4 maart 2024 te beëindigen en verzocht vertrek binnen vier weken. Verzoeker stelde beroep in tegen dit terugkeerbesluit en vroeg gelijktijdig om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelt dat onverwijlde spoed een voorlopige voorziening vereist en verwijst naar een eerdere gelijksoortige uitspraak van 4 april 2024. Omdat de situatie van verzoeker vergelijkbaar is, wordt het verzoek toegewezen. Dit betekent dat verzoeker voorlopig niet hoeft te vertrekken, zijn recht op opvang behoudt en in Nederland mag blijven werken.
Daarnaast veroordeelt de voorzieningenrechter de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op €875,-. De uitspraak is zonder zitting gedaan en in het openbaar bekendgemaakt. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen, waardoor verzoeker voorlopig in Nederland mag blijven met behoud van opvang en werkrecht.