ECLI:NL:RBDHA:2024:5446
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvragen op grond van Dublinverordening Kroatië
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om hun asielaanvragen niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. De rechtbank heeft het beroep op 3 april 2024 behandeld en beoordeelt of het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Kroatië kan worden toegepast.
De rechtbank oordeelt dat eisers onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat Kroatië niet aan zijn internationale verplichtingen voldoet. Uit onderzoek en jurisprudentie blijkt dat Kroatië Dublinclaimanten opvangt en toegang verleent tot de asielprocedure, zonder reëel risico op onmenselijke of vernederende behandeling. De door eisers aangevoerde discriminatie door burgers vormt geen grond om de verantwoordelijkheid van Kroatië te betwisten.
De rechtbank concludeert dat de staatssecretaris terecht de asielaanvragen niet in behandeling heeft genomen en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas en griffier T.M.T. Brandsma.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvragen is ongegrond verklaard.