Uitspraak
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een Georgische nationaliteit, had een verblijfsvergunning voor verblijf bij haar toenmalige echtgenoot, geldig tot 3 februari 2023. Na haar echtscheiding in januari 2020 trok verweerder de vergunning met terugwerkende kracht tot die datum in vanwege het niet voldoen aan de beperkingen waaronder de vergunning was verleend. Eiseres had tegen dit besluit bezwaar gemaakt en een zienswijze ingediend, waarop verweerder ruim twee jaar niet reageerde, maar haar vervolgens uitnodigde tot het doen van een nieuwe aanvraag.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het vertrouwensbeginsel niet aan intrekking in de weg staat. De uitnodigingsbrief en het lange uitblijven van reactie gaven eiseres gerechtvaardigde verwachtingen dat haar vergunning geldig bleef. Verweerder kon niet volstaan met de stelling dat geen expliciete toezegging was gedaan en dat de brief los stond van de intrekkingsprocedure.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. De voorlopige voorziening wordt afgewezen. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning wordt vernietigd.