ECLI:NL:RVS:2021:2180
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- C.C.W. Lange
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing naturalisatieverzoek wegens onterecht niet-toepassen vertrouwensbeginsel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees het verzoek van appellant om het Nederlanderschap te verkrijgen af op grond van artikel 8, eerste lid, aanhef en onder c, van de Rijkswet op het Nederlanderschap, omdat appellant niet vijf jaar voorafgaand aan het verzoek op grond van de juiste persoonsgegevens toelating en hoofdverblijf in Nederland zou hebben gehad.
Appellant had haar persoonsgegevens in de Basisregistratie Personen gewijzigd, waarna de termijn voor het vereiste verblijf opnieuw zou zijn gaan lopen. De rechtbank oordeelde dat appellant weliswaar op het vertrouwensbeginsel mocht steunen, maar dat dit niet tot toewijzing van het verzoek leidde vanwege zwaarder wegende belangen.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt echter dat geen zwaarder wegende belangen aanwezig zijn die het beroep op het vertrouwensbeginsel kunnen blokkeren. Appellant verblijft sinds 1999 in Nederland, voldoet aan de overige naturalisatievoorwaarden en heeft een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. De Afdeling vernietigt het besluit en bepaalt zelf dat appellant moet worden voorgedragen voor naturalisatie, waarmee de procedure wordt beëindigd.
Uitkomst: Het beroep op het vertrouwensbeginsel wordt gehonoreerd, het besluit tot afwijzing van het naturalisatieverzoek wordt vernietigd en appellant wordt voorgedragen voor naturalisatie.