ECLI:NL:RBDHA:2024:5471
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek overbrenging ASG-bewaker naar Nederland wegens niet-vallen onder speciale voorziening
Eiser, een voormalige bewaker van de Afghan Security Guard (ASG) voor de Nederlandse strijdmacht, verzocht om overbrenging naar Nederland. De minister van Defensie had dit verzoek op 5 juli 2022 afgewezen en de minister van Buitenlandse Zaken handhaafde dit besluit op bezwaar. Eiser stelt dat hij voldoet aan de voorwaarden van de speciale voorziening omdat hij substantieel en zichtbaar voor Defensie heeft gewerkt en beroept zich op het gelijkheids- en evenredigheidsbeginsel.
De rechtbank overweegt dat de speciale voorziening, zoals neergelegd in de Kamerbrief van 11 oktober 2021, alleen geldt voor een afgebakende groep personen die vóór die datum een verzoek tot overbrenging hebben ingediend. Eiser heeft zijn verzoek pas op 28 mei 2022 ingediend en valt daarmee niet binnen deze groep. De rechtbank bevestigt dat het beleid buitenwettelijk en begunstigend is en dat de minister beleidsvrijheid heeft om de criteria af te bakenen.
De rechtbank wijst het beroep af omdat eiser niet onder de speciale voorziening valt en omdat het feit dat hij gevaar loopt in Afghanistan niet relevant is voor de beoordeling. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat zijn situatie vergelijkbaar is met andere overgebrachte ASG-bewakers. Het beroep wordt ongegrond verklaard en verweerder hoeft geen overbrenging te faciliteren.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om overbrenging wordt ongegrond verklaard omdat eiser niet onder de speciale voorziening valt.