Eiseres, van Zimbabwaanse nationaliteit, werd op 6 maart 2024 een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Zij had haar paspoort bij aankomst op Schiphol verscheurd en besloot na advies van een smokkelaar asiel aan te vragen in Nederland, waardoor zij haar aansluitende vlucht naar Canada niet nam.
De rechtbank beoordeelt of de maatregel rechtmatig was en of eiseres recht heeft op schadevergoeding. De maatregel werd op 17 maart 2024 opgeheven, binnen de termijn die het vaste beleid voorschrijft. Eiseres bracht geen bezwaren tegen de maatregel naar voren en stelde ook geen concreet bezwaar tegen de duur of uitvoering van de maatregel.
De rechtbank oordeelt dat de maatregel rechtmatig is opgelegd, dat de formele vereisten zijn nageleefd en dat het feit dat verschillende bevoegde personen de besluiten ondertekenden geen gebrek oplevert. Het verzoek om schadevergoeding wordt daarom afgewezen en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter M. Kraefft en griffier N.F. van der Gouw en is openbaar bekendgemaakt op 29 maart 2024.