ECLI:NL:RBDHA:2024:5511
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing visum kort verblijf wegens motiveringsgebrek en schending hoorplicht
Eiser heeft op 14 december 2022 een visum voor kort verblijf aangevraagd om Nederland te bezoeken tijdens zijn doorreis van Suriname naar India en terug. De minister van Buitenlandse Zaken wees de aanvraag af omdat eiser het doel en de omstandigheden van het verblijf onvoldoende had aangetoond. Eiser voerde in beroep aan dat hij vijf keer eerder met een visum naar Nederland was gereisd en steeds tijdig was teruggekeerd, en dat verweerder hem had moeten horen in de bezwaarfase.
De rechtbank oordeelt dat verweerder ten onrechte geen rekening heeft gehouden met de eerdere legale verblijven van eiser en dat het besluit onvoldoende is gemotiveerd. Daarnaast is de hoorplicht geschonden doordat verweerder eiser niet heeft gehoord over de ontbrekende hotelreservering en het niet concreet overleggen van een reisplan. Hierdoor is het bezwaar niet kennelijk ongegrond.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuwe beslissing te nemen, waarbij eiser gehoord moet worden. Tevens veroordeelt de rechtbank verweerder tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van eiser.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de visumaanvraag wordt vernietigd en verweerder moet een nieuwe beslissing nemen na het horen van eiser.