ECLI:NL:RBDHA:2024:5709
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S. Ketelaars - Mast
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen voortduren maatregel van bewaring wegens te late omzetting
Eiser, een Nigeriaanse vreemdeling, werd op 6 maart 2024 een maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Na afwijzing van zijn asielaanvraag op 17 maart 2024 en het instellen van beroep zonder voorlopige voorziening, verlengde de staatssecretaris de maatregel op 17 maart 2024.
De rechtbank oordeelde dat de maatregel tot 22 maart 2024 rechtmatig was, maar dat de omzetting van de grondslag van de bewaring na de afwijzing van de asielaanvraag te laat heeft plaatsgevonden, namelijk pas op 3 april 2024, terwijl de staatssecretaris hiervoor 48 uur had.
Hierdoor was de voortzetting van de maatregel van bewaring onrechtmatig vanaf 23 maart 2024 tot 3 april 2024. De rechtbank kende eiser een schadevergoeding toe van €1.200,- voor deze periode en veroordeelde de staatssecretaris in de proceskosten van €1.750,-.
De uitspraak is definitief en er staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Beroep gegrond, maatregel van bewaring onrechtmatig voortgezet, schadevergoeding toegekend en proceskosten vergoed.