Eiser heeft op 27 juli 2022 een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis asiel. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft niet binnen de wettelijke termijn van 90 dagen besloten en heeft deze termijn met drie maanden verlengd. Eiser heeft de staatssecretaris op 30 september 2023 schriftelijk in gebreke gesteld en vervolgens beroep ingesteld wegens het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank heeft het beroep behandeld zonder zitting, omdat partijen geen zitting wensten. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend, waardoor de rechtbank ervan uitgaat dat de zaak beslisklaar is. De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en gegrond is, omdat de beslistermijn is overschreden en eiser tijdig beroep heeft ingesteld na ingebrekestelling.
De rechtbank draagt de staatssecretaris op binnen vier weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen op de aanvraag. Tevens legt zij een dwangsom op van € 100,- per dag dat de beslissing wordt vertraagd, met een maximum van € 7.500,-. Daarnaast wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 437,50.