ECLI:NL:RBDHA:2024:5819
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek overbrenging Afghan Security Guard naar Nederland wegens niet voldoen aan criteria Kamerbrief
Eiser, een Afghaanse bewaker die werkzaam was voor Defensie, verzocht op 29 maart 2023 om overbrenging naar Nederland. Dit verzoek werd door verweerder afgewezen omdat eiser niet behoort tot de twee groepen die volgens de Kamerbrief van 11 oktober 2021 in aanmerking komen voor speciale voorzieningen. Eiser stelde dat hij wel aan de criteria voldeed, waaronder een jaar substantiële werkzaamheden voor Defensie en dat hij in dienst was van het ministerie.
Eiser voerde ook aan dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden omdat andere ASG-werknemers, waaronder poortwachters, wel waren overgebracht. Daarnaast betoogde hij dat de regeling geen einddatum kent en dat verweerder de bevoegde autoriteit is voor het verzoek. De rechtbank oordeelde dat het beleid buitenwettelijk en begunstigend is en dat verweerder beleidsvrijheid heeft om de criteria strikt toe te passen.
De rechtbank stelde vast dat eiser zijn verzoek pas na 11 oktober 2021 had ingediend en daarom niet onder de speciale voorziening valt. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagde niet omdat de overgebrachte ASG-werknemers zich mogelijk wel voor die datum hadden gemeld. Het verzoek tot aanhouding werd afgewezen omdat de 'nu bij Defensie beschikbare data' betrekking hebben op verzoeken die op dat moment bekend waren.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek tot overbrenging af. Verweerder hoeft zich niet in te spannen voor overbrenging en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door rechter G.P. Kleijn op 27 maart 2024.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot overbrenging naar Nederland wordt afgewezen.