ECLI:NL:RBDHA:2024:5851
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing urgentieverklaring wegens onvoldoende schrijnend woonprobleem
Eisers, een gezin met vier kinderen, verzochten om een urgentieverklaring vanwege de slechte staat van hun woning, gezondheidsproblemen door vocht, tocht en schimmel, burenoverlast en psychische klachten. Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag wees de aanvraag af op basis van beleidsregels waarin dergelijke omstandigheden geen urgente woonproblemen vormen en omdat eisers twee passende woningen hadden geweigerd.
De rechtbank overwoog dat verweerder gebonden is aan het beoordelingssysteem waarin algemene weigeringsgronden tot afwijzing leiden zonder inhoudelijke toetsing van medische of sociale omstandigheden. Eisers konden niet aantonen dat de woonproblemen niet op andere wijze opgelost konden worden, bijvoorbeeld via de verhuurder of wijkagent. Ook was niet aannemelijk dat een verhuizing de psychische klachten zou verhelpen.
Verder was het niet onredelijk dat verweerder de weigering van passende woningen tegenwierp, mede gezien het eerdere aanvraagtraject en de voorziene woonproblemen door gezinsuitbreiding. De hardheidsclausule werd niet toegepast omdat er geen schrijnende situatie bestond die zich onderscheidt van vergelijkbare gevallen.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat eisers geen urgentieverklaring krijgen. Ook wordt het griffierecht niet teruggegeven en worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de urgentieverklaring is ongegrond verklaard.