ECLI:NL:RBDHA:2024:5925
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling loonsanctie en re-integratie-inspanningen ex-werkgever in sociale zekerheidszaak
Eiseres stelde dat de ex-werkgever onvoldoende re-integratie-inspanningen had verricht, waardoor een loonsanctie ten onrechte was uitgebleven. Zij betoogde dat zij niet de benodigde begeleiding kreeg om weer belastbaar te worden en dat adviezen van de bedrijfsarts en Ergatis niet werden opgevolgd. Tevens stelde zij dat zij onterecht niet gehoord was in de bezwaarprocedure.
De ex-werkgever en verweerder stelden dat de re-integratie adequaat was verlopen, met regelmatige bedrijfsartsbezoeken en opvolging van interventies. Mediation werd pas laat ingezet volgens een gefaseerde aanpak conform NVAB-richtlijnen. Eiseres had bovendien geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid een deskundigenoordeel aan te vragen.
De rechtbank concludeerde dat de ex-werkgever niet stil had gezeten en dat de re-integratie-inspanningen voldoende waren, mede gelet op ondertekende evaluaties door eiseres. Het niet houden van een hoorzitting in bezwaar was onrechtmatig, maar dit gebrek werd gepasseerd omdat eiseres voldoende gelegenheid had gehad haar standpunten te uiten.
Daarnaast werd een schadevergoeding van €3.500 toegekend wegens een overschrijding van de redelijke termijn van circa 3,5 jaar in de rechterlijke fase. De Staat werd veroordeeld in deze schadevergoeding en proceskosten. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en geen loonsanctie wordt opgelegd; wel wordt schadevergoeding toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn.