ECLI:NL:RBDHA:2024:5930
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag als kennelijk ongegrond na niet verschijnen voor nader gehoor
Eiser, Moldavisch staatsburger, diende samen met zijn gezin een asielaanvraag in. Na een aanmeldgehoor werd hij uitgenodigd voor een nader gehoor, waarvoor hij niet verscheen. De gemachtigde voerde aan dat eiser analfabeet is en de uitnodiging niet begreep, maar dit werd niet als geldige reden geaccepteerd.
Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b lid 1 aanhef en onder a Vreemdelingenwet 2000, omdat eiser geen relevante feiten aanvoerde en geen belang meer stelde in asielbescherming. De rechtbank oordeelde dat verweerder niet verplicht was een tweede gehoor aan te bieden en dat het onderzoek naar de aanvraag volledig was.
De rechtbank verwierp het beroep en bevestigde dat de afwijzing terecht was. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter E.F. Bethlehem en griffier S.S. van der Velde op 17 april 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag als kennelijk ongegrond wordt ongegrond verklaard.