ECLI:NL:RBDHA:2024:5936
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening voor behoud tijdelijke bescherming Oekraïense derdelander
Verzoeker, een derdelander uit Oekraïne, kreeg op 21 februari 2024 een terugkeerbesluit van de staatssecretaris dat zijn tijdelijke bescherming per 5 maart 2024 beëindigde. Verzoeker stelde beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening om tijdens de beroepsprocedure zijn tijdelijke bescherming en voorzieningen te behouden.
De voorzieningenrechter overweegt dat het onduidelijk is of de tijdelijke bescherming per 4 maart 2024 is geëindigd en welke rechten verzoeker nog heeft. Gezien recente voorlopige voorzieningen van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en het wachten op prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de EU, acht de voorzieningenrechter het verzoek kennelijk gegrond.
Daarom wordt verzoeker voorlopig behandeld alsof hij nog onder de werking van Richtlijn 2001/55/EG valt. Dit betekent dat hij niet hoeft te vertrekken, zijn recht op opvang behoudt en mag blijven werken totdat op het beroep is beslist. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 875,- voor de rechtsbijstand van verzoeker.
De uitspraak is zonder zitting gedaan en bindt de rechtbank niet in het bodemgeding. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Verzoeker wordt voorlopig behandeld als vreemdeling onder Richtlijn 2001/55/EG en behoudt verblijf, opvang en werk tijdens beroepsprocedure.