ECLI:NL:RBDHA:2024:5965
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- G.A. Bouter - Rijksen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij intrekking verblijfsvergunning en inreisverbod
Verzoeker had een verblijfsvergunning die met terugwerkende kracht tot 7 december 2018 werd ingetrokken en kreeg een inreisverbod van twee jaar opgelegd. Na een eerdere gegrondverklaring van het beroep door de rechtbank in december 2022, verklaarde de Staatssecretaris het bezwaar tegen het primaire besluit ongegrond in juni 2023. Verzoeker stelde opnieuw beroep in en vroeg om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat een voorlopige voorziening niet mogelijk is omdat de rechtbank inmiddels op het beroep heeft beslist in een andere zaak met hetzelfde kenmerk. Daarom werd het verzoek afgewezen. Wel werd de Staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van het door verzoeker betaalde griffierecht en de proceskosten van rechtsbijstand, vastgesteld op € 875,-.
De uitspraak werd gedaan door de voorzieningenrechter mr. G.A. Bouter - Rijksen en is uitgesproken in het openbaar op 17 april 2024. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de Staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.