ECLI:NL:RBDHA:2022:15127
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen niet-ontvankelijk verklaring bezwaar intrekking verblijfsvergunning partner
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn verblijfsvergunning met terugwerkende kracht in te trekken en een inreisverbod op te leggen. Dit bezwaar werd door verweerder niet-ontvankelijk verklaard omdat het niet tijdig zou zijn ingediend.
De rechtbank oordeelt dat eiser het bezwaar tijdig digitaal heeft ingediend, maar dat verweerder niet heeft aangetoond dat de elektronische weg voor bezwaar openstond. Hoewel het bezwaar digitaal werd ingediend, mocht verweerder het bezwaar niet zonder meer niet-ontvankelijk verklaren zonder eiser de mogelijkheid te bieden het verzuim te herstellen, hetgeen niet is gebeurd.
Daarom is de niet-ontvankelijkverklaring onterecht en wordt het beroep gegrond verklaard. Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroep inmiddels is behandeld.
Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten en moet het betaalde griffierecht aan eiser vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd.