ECLI:NL:RBDHA:2024:6134
Rechtbank Den Haag
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen afwijzing verblijfsvergunning Dublinprocedure Frankrijk
Opposante heeft verzet ingesteld tegen de uitspraak van 11 januari 2024, waarin haar beroep tegen het besluit van 15 november 2023 ongegrond werd verklaard. Het bestreden besluit hield in dat de aanvraag van opposante tot een verblijfsvergunning niet in behandeling werd genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening.
De rechtbank heeft in eerste aanleg zonder zitting uitspraak gedaan op grond van artikel 8:54 Awb Pro, omdat de uitkomst van het beroep kennelijk was. Opposante stelde dat zij gehoord wilde worden en nadere stukken wilde indienen, onder meer over haar status als slachtoffer van mensenhandel en medische gegevens.
De rechtbank oordeelt dat er geen nieuwe argumenten zijn aangevoerd die twijfel doen ontstaan over de uitkomst van de eerdere uitspraak. De mogelijkheid tot onderbouwing van artikel 17 Dublinverordening Pro was voldoende geboden. De medische gegevens die later zijn overgelegd, rechtvaardigen geen ander oordeel.
Daarom is het verzet ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzet tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.