ECLI:NL:RVS:2022:3791
Raad van State
- Verzet
- E. Helder
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet tijdig aangevoerde beroepsgronden
In deze zaak heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het verzet van de opposant tegen de niet-ontvankelijkverklaring van zijn hoger beroep behandeld. Het hoger beroep was eerder niet-ontvankelijk verklaard omdat de opposant de gronden van zijn beroep pas na afloop van de beroepstermijn had aangevuld, wat in strijd is met de vereisten van artikel 6:5 van Pro de Awb in samenhang met de Crisis- en herstelwet.
De opposant voerde aan dat de gronden van het beroep kenbaar waren via de bijgevoegde uitspraak van de rechtbank en dat de belangen van derden niet geschaad werden. De Afdeling oordeelde echter dat het enkel verwijzen naar eerdere stukken en het bijvoegen van de uitspraak niet voldoet aan de eis dat de gronden van het hoger beroep tijdig en duidelijk moeten worden ingediend.
De Afdeling benadrukte dat de bepalingen van de Crisis- en herstelwet dwingend recht zijn en dat de voortvarende behandeling van zaken die onder deze wet vallen, geborgd moet worden. Ook al waren er geen belangen van derden, de belangen van Kronos Solar Projects B.V. bij een snelle procedure spelen een rol.
Het verzet is daarom ongegrond verklaard en het hoger beroep wordt niet inhoudelijk behandeld. Proceskosten worden niet vergoed.
Uitkomst: Het verzet is ongegrond verklaard en het hoger beroep blijft niet-ontvankelijk wegens het niet tijdig indienen van beroepsgronden.