ECLI:NL:RBDHA:2024:619
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingediende ingebrekestelling op asielaanvraag
Eiser diende op 30 september 2022 een asielaanvraag in. De staatssecretaris vroeg de Italiaanse autoriteiten om de overname van eiser, die op 11 januari 2023 hiermee instemden. Op 26 april 2023 besloot de staatssecretaris de aanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Italië verantwoordelijk was. Dit besluit werd op 15 mei 2023 ingetrokken en op 14 juli 2023 werd eiser opgenomen in de nationale procedure met een beslistermijn van vijftien maanden.
Eiser stelde de staatssecretaris op 27 juli 2023 in gebreke wegens het uitblijven van een beslissing en diende op 4 september 2023 beroep in bij de rechtbank. De rechtbank moest beoordelen of de ingebrekestelling en het daaropvolgende beroep ontvankelijk waren, waarbij de vraag centraal stond of de beslistermijn op het moment van ingebrekestelling was verstreken.
De rechtbank stelde vast dat de beslistermijn pas op 12 januari 2024 zou aflopen, omdat Nederland pas vanaf 12 juli 2023 verantwoordelijk werd voor de behandeling van de aanvraag. De ingebrekestelling van 27 juli 2023 was daarom prematuur en het beroep niet-ontvankelijk. De rechtbank merkte op dat de verlenging van de beslistermijn met negen maanden op grond van WBV 2023/3 niet rechtsgeldig is, maar dat verweerder alsnog zo spoedig mogelijk moet beslissen. De rechtbank legde geen proceskostenveroordeling op.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.