ECLI:NL:RBDHA:2024:617
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige verlenging beslistermijn asielaanvraag en oplegging dwangsom
De zaak betreft het beroep van eiser tegen het uitblijven van een beslissing op zijn asielaanvraag van 24 maart 2023. De staatssecretaris had de beslistermijn van zes maanden verlengd met negen maanden op grond van WBV 2023/3, maar de rechtbank stelt vast dat deze verlenging niet rechtsgeldig is omdat de wettelijke voorwaarden niet zijn vervuld.
De rechtbank baseert zich op feitelijke gegevens over het aantal asielaanvragen in 2022 en 2023, waaruit blijkt dat er geen sprake is van een plotselinge toename die een verlenging rechtvaardigt. De verlenging wordt gezien als een remedie voor structurele capaciteitsproblemen, wat volgens de rechtbank niet is toegestaan. De hoofdregel blijft dat een beslissing binnen zes maanden moet worden genomen.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en gegrond, en legt de staatssecretaris op binnen zestien weken een beslissing te nemen, te beginnen met een eerste gehoor binnen acht weken. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 opgelegd voor overschrijding van deze termijn. Daarnaast wordt de staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de staatssecretaris op binnen zestien weken te beslissen onder dreiging van een dwangsom.