ECLI:NL:RBDHA:2024:6193
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen voortduren bewaring vreemdeling wegens ontbreken procesbelang
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 15 januari 2024 aan eiser een maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Naar aanleiding van het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 8 november 2022 heeft de staatssecretaris de rechtbank geïnformeerd over het voortduren van deze bewaring, waarbij deze kennisgeving gelijkgesteld werd met een beroep van eiser.
Eiser had echter zelf al op 11 april 2024 een beroep ingesteld tegen het voortduren van de bewaring, geregistreerd onder een ander zaaknummer. De rechtbank heeft dit eerdere beroep inhoudelijk beoordeeld. Tijdens de zitting op 19 april 2024 was eiser en zijn gemachtigde niet aanwezig, terwijl de staatssecretaris wel vertegenwoordigd was.
De rechtbank oordeelt dat de kennisgeving van de staatssecretaris onnodig was en dat eiser geen procesbelang heeft bij het onderhavige beroep. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de bewaring wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.