ECLI:NL:RBDHA:2024:6197
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen ontheffing verstoring en vernieling beverrustplaats
De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek om voorlopige voorziening van Stichting Het Wantij tegen een ontheffing verleend door het college van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland. De ontheffing betrof het opzettelijk verstoren en vernielen van de rustplaats van een bever onder een kraanbaan in Dordrecht, in het kader van herontwikkelingswerkzaamheden voor een stadspark.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het college terecht heeft vastgesteld dat herstelmaatregelen noodzakelijk zijn vanwege de slechte staat van de kraanbaan en hellingen. Uit onderzoek bleek dat er sprake is van één bever met een rustplaats (leger) onder de kraanbaan, en niet van een voortplantingsplaats of burcht. De verstoring en vernieling zijn onvermijdelijk bij de herstelwerkzaamheden.
Verzoekster voerde aan dat minder ingrijpende maatregelen mogelijk waren en dat er sprake zou zijn van een burcht met meerdere bevers, maar deze stellingen werden niet onderbouwd of weersproken door tegenonderzoek. De voorzieningenrechter concludeerde dat de ontheffing noodzakelijk is en dat het bestreden besluit voorlopig standhoudt.
Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen, waardoor de ontheffing geldig blijft en de werkzaamheden mogen doorgaan. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de ontheffing voor verstoring en vernieling van de beverrustplaats wordt afgewezen.