ECLI:NL:RBDHA:2024:6271
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep asielaanvraag wegens internationale bescherming in Bulgarije
Eiser, een Syrische nationaliteit dragende persoon met internationale bescherming verleend door Bulgarije sinds 2020, diende op 25 januari 2024 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk omdat eiser een verblijfsvergunning in Bulgarije heeft en het interstatelijk vertrouwensbeginsel van toepassing is. Eiser voerde aan dat zijn verblijfsdocument was verlopen en dat hij geen adequate medische hulp kreeg in Bulgarije, en dat hij problemen ondervindt met een in Bulgarije woonachtige Syriër.
De rechtbank oordeelde dat het verlopen van het verblijfsdocument niet automatisch betekent dat de internationale bescherming is ingetrokken en dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat een intrekkingsprocedure is gestart. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat eiser bij terugkeer een reëel risico loopt op schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro, mede gelet op rapporten over de situatie in Bulgarije en het feit dat hulp van NGO’s beschikbaar is.
Verder werd geoordeeld dat eiser niet als bijzonder kwetsbaar kan worden aangemerkt volgens het arrest Ibrahim, omdat zijn medische klachten onvoldoende zijn onderbouwd en niet is aangetoond dat hij in een situatie van materiële deprivatie terechtkomt door onverschilligheid van Bulgaarse autoriteiten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter S. Mac Donald.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.