ECLI:NL:RBDHA:2024:6291
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Hanssen - Telman
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvragen op grond van Dublinverordening
Eisers, een Afghaans gezin bestaande uit vader, moeder en drie kinderen, hebben gezamenlijk met hun meerderjarige dochter en haar echtgenoot asiel aangevraagd in Nederland. De staatssecretaris nam de aanvragen niet in behandeling omdat Kroatië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van deze aanvragen. De rechtbank heeft het beroep van eisers tegen deze besluiten op 22 april 2024 behandeld.
Eisers voerden aan dat het gezin in Kroatië slecht is behandeld, onder meer opgesloten in een kelder zonder eten en drinken, ziek geworden en mishandeld door politie, en dat de meerderjarige dochter mantelzorg nodig heeft. De rechtbank oordeelde dat deze stellingen onvoldoende onderbouwd zijn om af te wijken van het interstatelijk vertrouwensbeginsel dat Kroatië zijn verdragsverplichtingen nakomt. Ook was niet aannemelijk gemaakt dat het gezin bij terugkeer een reëel risico loopt op een schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 EU Pro-Handvest.
De rechtbank nam mee dat Kroatië het verzoek tot terugname van Nederland heeft geaccepteerd en dat het gezin niet van elkaar wordt gescheiden. Medische omstandigheden en de mantelzorgsituatie werden onvoldoende onderbouwd geacht om Nederland te verplichten de asielaanvragen zelf in behandeling te nemen. De beroepen werden daarom ongegrond verklaard en het besluit tot niet in behandeling nemen blijft in stand.
Uitkomst: De beroepen tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvragen worden ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.