Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] , eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
De zaak betreft een beroep van een vreemdeling met de Algerijnse nationaliteit tegen het voortduren van een maatregel van bewaring opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank toetst of de maatregel rechtmatig is vanaf het sluiten van het onderzoek in het laatste beroep op 21 maart 2024.
De rechtbank stelt vast dat het voortduren van de bewaring niet op een onjuiste juridische grondslag plaatsvindt. De vreemdeling voert onder meer aan dat hij als slachtoffer wordt gezien en niet als verdachte, en dat hij passief verzet zal bieden tegen uitzetting. De rechtbank oordeelt dat deze argumenten niet leiden tot onrechtmatigheid van de maatregel, mede omdat de vreemdeling verplicht is volledige medewerking te verlenen aan zijn terugkeer.
Verder is vastgesteld dat er geen bewijs is geleverd dat de vreemdeling daadwerkelijk de Algerijnse nationaliteit bezit, terwijl de uitzetting naar Marokko nog steeds mogelijk is. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.