ECLI:NL:RBDHA:2024:6327
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte aanranding wegens onvoldoende steunbewijs
De rechtbank Den Haag behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van aanranding van een vrouw in december 2022 te Zoetermeer. De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van vier maanden, waarvan twee voorwaardelijk, terwijl de verdediging vrijspraak bepleitte.
De rechtbank oordeelde dat de verklaring van het vermeende slachtoffer weliswaar consistent en betrouwbaar was, maar dat deze onvoldoende werd ondersteund door ander bewijs. Volgens artikel 342 Wetboek Pro van Strafvordering kan een veroordeling niet uitsluitend gebaseerd worden op de verklaring van één getuige zonder voldoende steunbewijs. De verklaringen van de moeder en collega van het slachtoffer waren afgeleid van de verklaring van het slachtoffer zelf en boden geen onafhankelijk bewijs.
Omdat de verdachte ontkende het fysiek contact tegen de wil van het slachtoffer te hebben gehad en er geen objectief bewijs was dat het slachtoffer dit duidelijk kenbaar had gemaakt, kon de rechtbank niet met voldoende zekerheid vaststellen dat het tenlastegelegde feit had plaatsgevonden. Daarom sprak de rechtbank de verdachte vrij.
Daarnaast werd de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding afgewezen wegens de vrijspraak, en werd het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard in twee vorderingen tot tenuitvoerlegging van voorwaardelijke straffen vanwege lopende cassatieberoepen en de vrijspraak in deze zaak.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.