Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V nummer]
Procesverloop
Overwegingen
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, werd op 26 maart 2024 in bewaring gesteld door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde dat de staatssecretaris de informatieplicht uit artikel 5.3 van het Vreemdelingenbesluit 2000 had geschonden omdat hem niet schriftelijk de gronden van de bewaring waren verstrekt, wat volgens hem onrechtmatig was.
De rechtbank stelde vast dat de informatieplicht inderdaad was geschonden, maar dat deze schending niet leidde tot onrechtmatigheid van de maatregel omdat eiser via zijn rechtsbijstandverlener de gronden had kunnen bespreken en beroep had ingesteld. De belangenafweging woog zwaarder dan het gebrek aan schriftelijke informatie.
Daarnaast voerde eiser aan dat onvoldoende gronden aanwezig waren voor de bewaring, met name dat motivering van grond 3b gebrekkig was en grond 4e niet mocht worden gebruikt. De staatssecretaris liet grond 4e vallen en de rechtbank vond de overige gronden voldoende en feitelijk juist gemotiveerd.
De rechtbank concludeerde dat de bewaring niet onrechtmatig was en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.