ECLI:NL:RBDHA:2024:6360
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling onrechtmatig verblijf EU-onderdaan wegens vrijwillige werkloosheid en onvoldoende belangenafweging
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft de vaststelling door de staatssecretaris dat eiser, een Poolse EU-onderdaan, geen rechtmatig verblijf in Nederland heeft. De staatssecretaris baseert dit op het feit dat eiser sinds februari 2020 niet meer heeft gewerkt, niet onvrijwillig werkloos is en geen reële kans op werk heeft aangetoond. Eiser betwist dit en voert aan dat hij onvrijwillig werkloos is en dat de staatssecretaris geen juiste belangenafweging heeft gemaakt.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris terecht heeft geconcludeerd dat eiser vrijwillig werkloos is, mede omdat uit Suwinet niet blijkt dat eiser een uitkering ontvangt. De belangenafweging is zorgvuldig verricht, waarbij onder meer het ontbreken van een vaste woon- of verblijfplaats, het ontbreken van gezinsleven in Nederland, en de overlast die eiser in Nederland heeft veroorzaakt, zijn meegewogen. Daarnaast heeft de staatssecretaris terecht geoordeeld dat eiser sterkere banden met Polen heeft.
Verder heeft de staatssecretaris voldaan aan de informatieplicht over de gevolgen van het beëindigen van het verblijfsrecht. De rechtbank ziet geen aanleiding om prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie te stellen. Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor eiser Nederland moet verlaten.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser moet Nederland verlaten wegens het ontbreken van rechtmatig verblijf.