ECLI:NL:RBDHA:2024:6374
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingediende ingebrekestelling bij niet tijdig beslissen asielaanvraag
Eiser heeft op 14 mei 2022 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Nederland werd op 22 december 2022 verantwoordelijk voor de behandeling van deze aanvraag, nadat Duitsland het verzoek tot terugname had geaccepteerd op 21 juni 2022. Op grond van de Vreemdelingenwet 2000 had verweerder uiterlijk op 22 juni 2023 moeten beslissen op de aanvraag.
Echter is op 27 september 2022 het besluit WBV 2022/22 in werking getreden, waardoor de beslistermijnen voor asielaanvragen die nog niet verstreken waren met negen maanden zijn verlengd. Dit besluit is ook van toepassing op de aanvraag van eiser. Daardoor was de beslistermijn nog niet verstreken toen eiser een ingebrekestelling indiende bij verweerder.
De rechtbank oordeelt dat de ingebrekestelling prematuur was en dat daarmee niet is voldaan aan de vereisten voor het instellen van beroep tegen het niet tijdig beslissen. Het beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier L.M. Kalkman op 25 april 2024. Partijen zijn niet uitgenodigd voor een zitting omdat dit niet noodzakelijk werd geacht.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.