ECLI:NL:RBDHA:2024:17705
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek proceskostenvergoeding wegens te late beslissing asielaanvraag
Verzoeker diende op 14 mei 2022 een asielaanvraag in bij de minister van Asiel en Migratie. De minister had uiterlijk op 22 maart 2024 op deze aanvraag moeten beslissen, maar deed dit niet tijdig. Verzoeker stelde de minister op 25 april 2024 in gebreke en startte vervolgens een beroep wegens het uitblijven van een tijdige beslissing.
Op 5 juli 2024 nam de minister alsnog een besluit op de aanvraag, waarna verzoeker het beroep introk en tegelijkertijd een verzoek tot proceskostenvergoeding indiende. De minister weigerde de proceskosten te vergoeden. De rechtbank oordeelde dat het beroep ontvankelijk was en dat de minister door alsnog te beslissen tegemoet was gekomen aan het beroep.
De rechtbank wees het verzoek tot proceskostenvergoeding toe op grond van artikel 8:75a Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht, waarbij rekening werd gehouden met de lichte aard van de zaak en het inschakelen van een professionele gemachtigde. De proceskostenvergoeding werd vastgesteld op € 437,50.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de minister tot vergoeding van € 437,50 aan proceskosten wegens het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag.