ECLI:NL:RBDHA:2024:6379
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling wegens niet-tijdige beslissing in vreemdelingenzaak
Verzoeker diende beroep in tegen het niet tijdig beslissen door verweerder op zijn aanvraag. Op 12 maart 2024 nam verweerder alsnog een inwilligend besluit, waarna verzoeker het beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank oordeelde dat verweerder aan het beroep tegemoet was gekomen en dat het verzoek om proceskostenveroordeling gegrond was. Op grond van artikel 8:75a Awb kan de rechtbank in zo'n situatie het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten.
Gezien het lichte gewicht van de zaak, de beperkte belangen en het inschakelen van een professionele hulpverlener, werd een wegingsfactor van 0,5 toegepast op het standaardbedrag van € 875,-, resulterend in een proceskostenvergoeding van € 437,50.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot betaling van dit bedrag. De uitspraak werd gedaan door rechter A. Skerka op 25 april 2024.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot betaling van € 437,50 aan proceskosten.