ECLI:NL:RBDHA:2024:6502

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
30 april 2024
Publicatiedatum
30 april 2024
Zaaknummer
NL24.4255
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in Dublin-zaak verblijfsvergunning asiel

Verzoekster, van Syrische nationaliteit, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen op grond van de Dublinverordening, omdat Duitsland verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling.

Verzoekster heeft tegen dit besluit beroep ingesteld bij de rechtbank. Tegelijkertijd heeft zij een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend om het bestreden besluit tijdelijk te schorsen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening zonder zitting beoordeeld en vastgesteld dat de rechtbank in een gelijktijdige zaak het beroep ongegrond heeft verklaard. Hierdoor is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wordt het verzoek afgewezen.

Er is geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. De uitspraak is openbaar gemaakt en er staat geen hoger beroep of verzet tegen open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep ongegrond is verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.4255

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], verzoekster,

geboren op [geboortedatum] ,
van Syrische nationaliteit,
V-nummer: [V-nummer] ,
(gemachtigde: mr. T.M. van der Wal),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris.

Procesverloop

Bij besluit van 5 februari 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoekster tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.4254, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep en dit beroep ongegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Munsterman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H.A. van der Wal, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.