Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van 1 mei 2024 in de zaak tussen
[verzoeker 1] (de vereniging), [verzoeker 2] ,
[derde-partij] B.V., te [vestigingsplaats] , vergunninghoudster.
Rechtbank Den Haag
Verzoekers hebben een voorlopige voorziening gevraagd tegen de omgevingsvergunning die het college van burgemeester en wethouders van Katwijk heeft verleend voor het bouwen van een woongebouw met 14 appartementen en een ondergrondse parkeergarage op een perceel te Katwijk. De vergunning is verleend op 13 februari 2024, na een aanvraag op 1 november 2023.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het bouwplan in strijd is met artikel 12.2, aanhef en onder c, van de planregels, omdat het geen betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, terwijl dit volgens de regels wel vereist is. Het college heeft bovendien geen besluit genomen om op grond van artikel 12.3 af te wijken van deze planregel. Hierdoor is het onzeker of het besluit stand zal houden bij bezwaar.
De vereniging en enkele bewoners worden als belanghebbenden erkend, terwijl één verzoeker te ver weg woont om belang te hebben. Gezien het spoedeisend belang wordt de voorlopige voorziening toegewezen en de vergunning geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Het college moet het griffierecht vergoeden. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J. Schaaf op 1 mei 2024.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en de omgevingsvergunning geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar.