Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van 1 mei 2024 in de zaak tussen
[verzoeker 1] (de vereniging), [verzoeker 2] ,
en
[derde-partij] B.V., te [vestigingsplaats] , vergunninghoudster.
Rechtbank Den Haag
Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen de omgevingsvergunning die het college van burgemeester en wethouders van Katwijk heeft verleend voor het bouwen van een woongebouw met 24 appartementen en een parkeergarage op een perceel nabij Katwijk. De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek om een voorlopige voorziening.
De aanvraag viel onder de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) omdat deze vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet was ingediend. Verzoekers, waaronder een natuurvereniging en omwonenden, voerden aan dat het college de zorgplicht voor de beschermde nauwe korfslak niet had nageleefd, omdat geen ontheffing was aangevraagd voor verstoring van deze soort.
Er bestond een verschil van mening tussen deskundigen over de aanwezigheid van de nauwe korfslak op het perceel. Het college baseerde zich op een memo van Econsultancy dat de aanwezigheid onwaarschijnlijk achtte, terwijl een notitie van Bureau Vertigo Research twijfel zaaide over deze conclusie. De voorzieningenrechter oordeelde dat op basis van deze tegenstrijdige deskundigenrapporten niet kon worden vastgesteld dat geen ontheffing nodig is.
Daarom werd de voorlopige voorziening toegewezen en de omgevingsvergunning geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Verzoekers die geen belanghebbende waren, werden afgewezen. Het college moet het griffierecht vergoeden. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: De omgevingsvergunning wordt geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar wegens twijfel over de aanwezigheid van de nauwe korfslak.