ECLI:NL:RBDHA:2024:6525
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroepen tegen niet in behandeling nemen asielaanvragen op grond van Dublinverordening en Kroatië als verantwoordelijke lidstaat
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om hun asielaanvragen niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. De rechtbank heeft de beroepen op 12 maart 2024 behandeld, waarbij eisers en hun gemachtigde afwezig waren.
De rechtbank toetst of het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden toegepast ten aanzien van Kroatië, ondanks de aangevoerde zorgen over de asielprocedure, opvangvoorzieningen en mogelijke pushbacks. Eisers stelden dat Kroatië niet voldoet aan internationale verplichtingen, onder meer vanwege gebrek aan gefinancierde rechtshulp en onvoldoende opvang, en dat zij risico lopen op indirect refoulement.
De rechtbank volgt de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en concludeert dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel in beginsel geldt voor Kroatië. Eisers hebben niet aannemelijk gemaakt dat er sprake is van structurele tekortkomingen die een uitzonderingsgrond vormen. Ook is onvoldoende onderbouwd dat Kroatische autoriteiten geen bescherming bieden tegen bedreigingen.
De rechtbank wijst erop dat eisers niet hebben aangetoond dat er een reëel risico bestaat op een schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro bij overdracht aan Kroatië. De beroepen worden daarom ongegrond verklaard en de bestreden besluiten blijven in stand. Eisers krijgen geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De beroepen tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvragen worden ongegrond verklaard.