ECLI:NL:RBDHA:2024:6555
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser, van Syrische nationaliteit, diende op 22 februari 2024 een asielaanvraag in die door verweerder niet in behandeling werd genomen omdat Bulgarije volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Eerder was een soortgelijk besluit van 1 augustus 2023 door deze rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak bevestigd en onherroepelijk geworden.
Eiser stelde dat hij met valse documenten naar Maleisië was gereisd en daar drie maanden verbleef, wat hem zou vrijwaren van overdracht aan Bulgarije. Verweerder en de rechtbank oordeelden echter dat eiser onvoldoende bewijs leverde van zijn verblijf buiten de EU. Zo ontbraken inreis- en uitreisstempels, een huurcontract en bewijs van terugreis. De verklaringen van eiser waren bovendien niet geloofwaardig.
De rechtbank bevestigde dat Nederland terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Bulgarije, ondanks enkele problemen in Bulgaarse opvangcentra. Ook waren er geen bijzondere omstandigheden die overdracht op grond van artikel 17 Dublinverordening Pro zouden verhinderen.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en handhaafde het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.