ECLI:NL:RBDHA:2024:6610
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag kort verblijf wegens onvoldoende economische en sociale binding
Eiseres, met de Iraakse nationaliteit, vroeg een visum kort verblijf aan om haar broer in Nederland te bezoeken. De Minister van Buitenlandse Zaken wees de aanvraag af wegens onvoldoende bewijs van economische en sociale binding met Irak en twijfel over het voornemen om tijdig terug te keren.
Eiseres betoogde dat zij wel degelijk binding heeft, onder meer door haar geboorte, studie en werk in Irak, en dat de hoorplicht niet juist is nageleefd omdat zij een schriftelijke hoorzitting kreeg. De rechtbank oordeelde dat de bewijslast bij eiseres ligt en dat de minister een ruime beoordelingsmarge heeft bij het weigeren van visumaanvragen.
De rechtbank vond dat eiseres onvoldoende bewijs leverde van haar economische activiteit en sociale verplichtingen in Irak die haar terugkeer aannemelijk maken. De hoorplicht was niet geschonden omdat eiseres instemde met een schriftelijke hoorzitting en alle relevante informatie kon aanleveren.
Het beroep werd ongegrond verklaard, het griffierecht werd niet teruggegeven en er werden geen proceskosten toegekend. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de visumaanvraag wordt ongegrond verklaard en het visum wordt geweigerd.