ECLI:NL:RBDHA:2024:6621
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Verblijfsrecht bij stiefdochter op grond van Chavez-Vilchez onvoldoende gemotiveerd afgewezen
Eiser, een Nigeriaanse nationaliteit dragende man, vroeg om een verblijfsdocument voor verblijf bij zijn Nederlandse stiefdochter. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat eiser niet de juridische ouder is en geen gezag heeft, en er onvoldoende bewijs was voor een zodanige afhankelijkheidsrelatie dat de stiefdochter Nederland zou moeten verlaten zonder hem.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met de feitelijke zorg- en opvoedtaken van eiser, de afwezigheid van de juridische vader en de affectieve relatie tussen eiser en de stiefdochter. Tevens was ten onrechte de eis van bijzondere omstandigheden gesteld bij de toetsing aan artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank stelde dat op basis van het arrest XU en QP een weerlegbaar vermoeden van afhankelijkheidsrelatie bestaat wanneer de zorgtaken en affectieve banden substantieel zijn. Verweerder had onvoldoende gemotiveerd waarom de belangen van verweerder zwaarder wegen dan die van eiser.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen binnen acht weken een nieuw besluit te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd met opdracht tot hernieuwde besluitvorming.