ECLI:NL:RVS:2023:1962
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsdocument voor gemeenschapsonderdaan met afgeleid verblijfsrecht
De vreemdeling met de Ethiopische nationaliteit heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsdocument als gemeenschapsonderdaan, afgeleid van het verblijfsrecht van zijn minderjarige Nederlandse dochter. De staatssecretaris wees deze aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit oordeel.
De vreemdeling stelde dat hij op grond van artikel 20 VWEU Pro een afgeleid verblijfsrecht heeft, onder verwijzing naar het arrest Chavez-Vilchez van het Hof van Justitie. Volgens het beleid moet hij meer dan marginale zorgtaken verrichten en moet er een afhankelijkheidsverhouding bestaan tussen hem en zijn dochter.
De rechtbank volgde de staatssecretaris in het oordeel dat onvoldoende afhankelijkheid was aangetoond, maar erkende dat de vreemdeling meer dan marginale zorgtaken verricht. De Raad van State oordeelt dat de staatssecretaris ten onrechte is uitgegaan van het ontbreken van dergelijke zorgtaken, waardoor de beoordeling van de afhankelijkheidsverhouding onjuist was. Het hoger beroep is gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris worden vernietigd, en de staatssecretaris wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen rekening houdend met de juiste feiten.
De staatssecretaris moet tevens de proceskosten vergoeden. De vreemdeling dient de actuele situatie omtrent de afhankelijkheidsrelatie nader te onderbouwen in het vervolgproces.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor herbeoordeling met inachtneming van de juiste criteria voor afhankelijkheidsverhouding.