ECLI:NL:RBDHA:2024:6687
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen plaatsing in Handhaving- en Toezichtlocatie en vrijheidsbeperkende maatregel
Eiser, een vreemdeling met Marokkaanse nationaliteit, werd op 25 maart 2024 door het COa geplaatst in een Handhaving- en Toezichtlocatie (HTL) te Hoogeveen vanwege agressief en onacceptabel gedrag, waaronder vernieling, mishandeling en brandstichting. De staatssecretaris legde gelijktijdig een vrijheidsbeperkende maatregel op. Eiser stelde dat hij niet de agressor was, dat het verslag van het COa onvoldoende inzicht bood, dat zijn psychische problematiek onvoldoende was meegewogen en dat er disproportioneel geweld was toegepast door HTL-medewerkers.
De rechtbank oordeelde dat de verslaglegging van het incident op meerdere verklaringen berust en dat het incident terecht als ernstig is aangemerkt. De medische situatie van eiser was vooraf beoordeeld door een GZA-regiearts, die geen bezwaar zag tegen plaatsing in de HTL. De stelling van eiser dat het COa onvoldoende rekening hield met zijn psychische toestand was niet onderbouwd. Wat betreft het vermeende geweld stelde de rechtbank dat het ingrijpen van HTL-medewerkers proportioneel was en noodzakelijk om de veiligheid te waarborgen, waarbij het letsel voor eigen risico van eiser komt.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het plaatsingsbesluit en de vrijheidsbeperkende maatregel ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. Tegen het plaatsingsbesluit kan hoger beroep worden ingesteld, tegen de vrijheidsbeperkende maatregel niet.
Uitkomst: De beroepen tegen het plaatsingsbesluit en de vrijheidsbeperkende maatregel worden ongegrond verklaard.