Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser werd op 5 maart 2024 in vreemdelingenbewaring gesteld wegens illegaal verblijf in Nederland. Hij stelde dat de staandehouding onrechtmatig was en dat de bewaring een verkapte vreemdelingenrechtelijke maatregel betrof. De rechtbank oordeelde dat het strafrechtelijke voortraject niet door de bewaringsrechter getoetst kan worden en dat er geen sprake was van een verkapte vreemdelingenrechtelijke bevoegdheid.
De rechtbank stelde vast dat eiser terecht werd opgehouden op grond van artikel 50, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat zijn identiteit en illegale verblijfsstatus duidelijk waren. De staatssecretaris motiveerde de bewaring met voldoende zware en lichte gronden, die niet door eiser werden betwist.
Eiser voerde aan dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend was in het uitzettingsproces, maar de rechtbank vond dat de gekozen volgorde van overdrachtstrajecten redelijk was. De bewaring was tot het moment van onderzoek niet onrechtmatig.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vreemdelingenbewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.