Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
De gronden van de maatregel van bewaring
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, werd op 9 maart 2024 in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000. Hij voerde aan dat hij onterecht in bewaring is gesteld als Dublin-claimant en dat het voortraject onrechtmatig was vanwege het ontbreken van een formulier M105.
De staatssecretaris stelde dat Nederland verantwoordelijk is voor de asielaanvraag, omdat Roemenië de Dublinclaim had afgewezen. De rechtbank oordeelde dat de bewaring noodzakelijk was voor het vaststellen van identiteit en nationaliteit en voor het verkrijgen van gegevens voor de asielprocedure. Het ontbreken van het formulier M105 werd verklaard door het feit dat eiser direct na strafrechtelijke detentie in bewaring werd gesteld.
De rechtbank verwierp de bezwaren van eiser, oordeelde dat de zware gronden voor bewaring voldoende waren gemotiveerd en dat de maatregel niet onrechtmatig was. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.