Eiseres heeft op 7 december 2022 een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf nareis om bij haar echtgenoot te verblijven. De staatssecretaris bevestigde de ontvangst op 2 januari 2023 en had in beginsel 90 dagen om te beslissen, met een verlenging van drie maanden. Eiseres stelde de staatssecretaris op 27 juli 2023 in gebreke en diende daarna tijdig beroep in wegens het uitblijven van een besluit.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de staatssecretaris niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist. Gelet op eerdere jurisprudentie over nareisaanvragen, wordt een bijzondere beslistermijn van vier weken opgelegd. De staatssecretaris moet binnen deze termijn alsnog een besluit nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van €7.500. De rechtbank wijst het verzoek om een bestuurlijke dwangsom af omdat eiseres dit niet heeft gevraagd. Vergoeding van het betaalde griffierecht wordt toegewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.