ECLI:NL:RBDHA:2024:6751
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van naheffingsaanslag parkeerbelasting en schending hoorplicht
Eiseres kreeg een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd omdat haar auto op 6 mei 2022 geparkeerd stond zonder geldige vergunning of betaling. De rechtbank oordeelt dat het parkeerregime ter plaatse voldoende kenbaar was door borden en parkeerautomaten, en dat eiseres een onderzoeksplicht had om zich hiervan op de hoogte te stellen.
De rechtbank stelt vast dat de naheffingsaanslag bevoegdelijk is opgelegd door de directeur gemeentebelastingen, ondanks betwisting door eiseres over de bevoegdheid van betrokken personen. Ook de uitspraak op bezwaar is bevoegdelijk gedaan. Het te laat indienen van het verweerschrift wordt als een termijn van orde gezien en leidt niet tot niet-ontvankelijkheid.
Hoewel verweerder niet alle stukken tijdig ter inzage heeft gelegd en niet heeft gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van nadere stukken, passeert de rechtbank deze schending met toepassing van artikel 6:22 Awb Pro omdat eiseres hierdoor niet evident is benadeeld. De hoorplicht is niet geschonden, mede omdat de gemachtigde van eiseres zonder bericht van verhindering niet op de hoorzitting verscheen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag is bevoegd en terecht opgelegd.