ECLI:NL:RBDHA:2024:6805
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel van bewaring vreemdeling zonder zicht op uitzetting
De rechtbank Den Haag heeft op 3 mei 2024 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser beroep instelde tegen het voortduren van een maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel was opgelegd op 7 februari 2024 en eerder getoetst op rechtmatigheid bij uitspraak van 27 februari 2024. De rechtbank beoordeelde nu uitsluitend de rechtmatigheid van het voortduren van deze maatregel sinds het sluiten van het eerdere onderzoek.
Eiser stelde dat er geen zicht was op uitzetting binnen een redelijke termijn, omdat de Algerijnse autoriteiten weigerden een laissez-passer af te geven en de staatssecretaris onvoldoende voortvarend zou handelen. De rechtbank oordeelde dat de Algerijnse autoriteiten nog onderzoek doen naar de documenten en dat de aanvraag voor een laissez-passer nog in behandeling is. Er is geen bewijs dat de autoriteiten weigeren het document af te geven. De staatssecretaris heeft voldoende inspanningen verricht en blijft in contact met de diplomatieke vertegenwoordiger.
De rechtbank concludeerde dat het voortduren van de maatregel van bewaring rechtmatig is en dat het beroep ongegrond is. Tevens wees de rechtbank het verzoek om schadevergoeding af en veroordeelde de staatssecretaris niet tot vergoeding van proceskosten. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en de maatregel blijft in stand.