ECLI:NL:RBDHA:2024:7515
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling zonder zicht op uitzetting
De rechtbank Den Haag heeft op 16 mei 2024 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser bezwaar maakte tegen het voortduren van een maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel was opgelegd op 7 februari 2024 en werd eerder al getoetst bij uitspraken van 27 februari en 3 mei 2024.
Eiser stelde dat er geen redelijk vooruitzicht op verwijdering was omdat de afgifte van een laissez-passer uitbleef en dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend zou zijn in de uitzettingsprocedure. De rechtbank oordeelde dat deze gronden niet slaagden. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State had recent geoordeeld dat er wel zicht is op uitzetting naar Algerije binnen een redelijke termijn. Daarnaast achtte de rechtbank de tijd sinds het laatste contact met de Algerijnse autoriteiten niet te lang om voortvarendheid te betwijfelen.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring sinds het sluiten van het onderzoek op 30 april 2024 rechtmatig is en dat er geen reden is om de maatregel op te heffen of te wijzigen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.