ECLI:NL:RBDHA:2024:6917
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige identiteit, nationaliteit en herkomst
Eiser vroeg asiel aan met de stelling dat hij Somalische nationaliteit heeft en gevlucht is vanwege dreiging van Al Shabaab. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser ongeloofwaardig waren bevonden. Dit was gebaseerd op tegenstrijdigheden in geboortedatum, twijfelachtige documenten en een taalanalyse die niet overeenkwam met de opgegeven regio.
Eiser betwistte deze bevindingen en stelde in bewijsnood te verkeren, maar kon geen overtuigende tegenbewijs leveren. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt wie hij was en waar hij vandaan kwam, mede doordat hij zijn paspoort vrijwillig had achtergelaten en geen contact had gezocht om dit te herstellen.
De rechtbank vond dat de staatssecretaris terecht het Bureau Documenten en de taalanalyse als betrouwbare bronnen had gebruikt. Ook was geen aanleiding om de zaak aan te houden voor een nog te ontvangen brief. Omdat de identiteit en herkomst niet aannemelijk waren, hoefde het asielmotief niet inhoudelijk te worden beoordeeld.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de afwijzing van de asielaanvraag als kennelijk ongegrond. Tevens werd het opleggen van een terugkeerbesluit met vertrektermijn van 0 dagen en inreisverbod als rechtmatig beoordeeld.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de aanvraag blijft afgewezen.